Het bedrog van fusies

Nog altijd houdt men onverkort vast aan de fusie van provincies. Geobsedeerd door de mogelijke besparingen is men totaal verblind voor de harde realiteit bij fusies die in bijna alle gevallen leidt tot een deceptie.

Zoals ook in het bedrijfsleven het continue zoemt van fusies, zeker in economisch slechte tijden, is de [semi] overheid ook op oorlogspad. Niet alleen de fusies van de provincies zit in de koker. De plannen van het AMC en Vumc zijn op het laatste moment afgeketst. Maar de plannen om de universiteiten van Delft, Leiden en Rotterdam te laten fuseren tot een superuniversiteit liggen nog steeds op tafel.

De argumenten voor fusies worden tot in den treuren herhaald. Efficiency, betere klantgerichtheid, meer innovatie door meer beschikbaar kapitaal. Beter bewapend tegen de concurrentie. Prachtige uitspraken die vaak met prachtige presentaties worden ondersteund.

Het economisch bewijs voor het welslagen van fusies is echter flinterdun. In nagenoeg alle gevallen mislukken fusies.  Hans Schenk, als hoogleraar verbonden aan de Tilburgse en Rotterdamse universiteiten, én aan de Louis Pasteur-universiteit in Straatsburg, schreef al in 1996 een onderzoek naar fusies dat een ontnuchterend beeld geeft van de resultaten van fusies en overnames.

Amerikaans onderzoek naar zesduizend fusies leidt tot de conclusie dat ‘gemiddeld genomen de winstgevendheid van de partners na de acquisitie afnam in vergelijking met de situatie die daaraan vooraf ging’. Alleen de zeldzame zuivere fusies tussen twee gelijke partijen resulteerden in ‘een geringe verhoging van de winstgevendheid’.

Uit onderzoek gericht op Europese landen blijkt dat er geen consistent patroon is waar te nemen als het gaat om winstgevendheid. En onderzoek naar Duitse ondernemingen laat zien dat de rentabiliteit op zowel het geïnvesteerd als het eigen vermogen van de acquirerende onderneming na de fusie of acquisitie significant daalde’.

De mislukte fusies zijn indrukwekkend: Fokker versleet waarschijnlijk de meeste fusie- en overnamepartners: VFW, McDonnell Douglas en Dasa beten zich op de Nederlandse partner stuk.De fusiemonsters Ogem en RSV gingen begin jaren tachtig volledig ten onder. KPN en TNT is ook een totaal mislukt verhaal.  Maar waar komt deze drang tot fusies dan vandaan als er feitelijk vele mislukken en er economisch er amper bewijs is voor de geclaimde voordelen?

Niet zelden hebben bestuurders op verschillende manieren voordeel bij de fusies. Het is de manier voor bestuurders om zich te profileren. Op de golfbaan is dat een beter gespreksonderwerp dan je tegenvallende resultaten. Ook financieel hebben bestuurders vaak voordeel bij de fusie. Vaak krijgen de bestuurders van de overgenomen partij, aanzienlijke financiële incentives. Vaak is het ook bedrijf-  en marktblindheid. Overmoedig, aangejaagd door fusie experts, wordt de bestuurder aangezet tot het maken van een statement in de business.

Ook opvallend is dat veel fusies plaatsvinden in markten waar er sprake is van oligopolie vorming. Veranderingen in de marktverhouding door fusies, zijn direct zichtbaar en voelbaar. Een fusie leidt direct tot uitschakeling van concurrentie waardoor de overnemende partij ineens een dominante rol kan verwerven. Dat de AFM vaak mee gaat in dit soort fusies is opmerkelijk, want het leidt tot een aanzienlijke vermindering van de bejubelde marktwerking principes.  De zorgverzekeraars sector is daar een goed voorbeeld van. Ze leggen elkaar amper iets in de weg.

Voor provincies dreigt het zelfde debacle. De geroemde voordelen van fusies blijken amper realiseerbaar. Alleen als er sprake is van een zuivere synergie, 2 bedrijven die naadloos in elkaar passen, ontstaat er mogelijk een voordeel. Beoogde efficiency komt amper voor. De verschillen tussen organisaties, vaak op de lagere niveaus, doen elk vooraf ingeboekt voordeel teniet. De klantgerichtheid gaat in bijna alle gevallen erop achteruit door de toenemende complexiteit van de organisatie agv. de schaalvergroting. En de ICT blijkt in veel gevallen toch niet zo compatibel als men vooraf had bedacht.

En als achteraf blijkt dat de fusie is mislukt dan is er ineens sprake van het collectief falen van de organisaties, zoals ook altijd in de private sector wordt gesteld. Spijtbeleid zal men niet tegenkomen na fusiedrama’s. Keynes had wat dat betreft het bij het rechte eind: ‘Wereldse wijsheid leert dat het voor een reputatie beter is om conventioneel te falen dan onconventioneel te slagen.‘

Bronnen:
Volkskrant economie
Economisch nieuws